|
Oostenrijk
De hoogste berg in Oostenrijk is de Großglockner met 3797 meter. Andere hoge bergen zijn de Wildspitze (3768 m), de Weißkugel (3739 m), de Großvenediger (3674 m), de Hintere Schwärze (3628 m) en de Similaun (3606 m). In het oosten langs de Donau kenmerkt het landschap zich door glooiende heuvels en vlaktes. Het diepste punt van Oostenrijk is Hedwighof in Burgenland met 114 meter boven zeeniveau.
De belangrijkste twee rivieren zijn de Donau en haar zijrivier de Inn. Buiten de Inn stromen de Herberg, Enns en Mur in de Donau. De Lech is een zijrivier van de Inn.
De Alpen strekken zich over een groot deel van Oostenrijk uit: driekwart van het land behoort tot dit berggebied. Het natuurschoon van Tirol, Salzkammergut, Innsbruck, de Oostenrijkse Alpen, en de stad Salzburg en de aantrekkelijkheid van Wenen en andere culturele centra hebben Oostenrijk tot een belangrijk Europees toeristencentrum gemaakt.
Oostenrijk (Duits: Österreich), voluit de Republiek Oostenrijk (Republik Österreich), is een land in Midden-Europa. Het land grenst in het westen aan Zwitserland en Liechtenstein, in het noorden aan Duitsland en Tsjechië, in het oosten aan Slowakije en Hongarije en in het zuiden aan Italië en Slovenië.
Een belangrijke bron van inkomsten is het wintertoerisme in de vele skigebieden. In de zomer wordt er in het Alpengebied veel gewandeld en wordt aldaar veelvuldig de klimsport beoefend.
De bosbouw, de veehouderij, en de zuivelproductie zijn overwegend geconcentreerd in de alpiene provincies; Vorarlberg heeft een oude textielindustrie. Ongeveer 5% van de bevolking is actief in (meestal kleinschalige) landbouw. Het land is bijna zelfvoorzienend in termen van voedselproductie. In Opper- en Neder-Oostenrijk en in Burgenland overheerst de landbouw: de belangrijkste gewassen zijn aardappels, suikerbieten, fruit, gerst, rogge en haver.
|